DE ZORGSTRUCTUUR VAN ONZE SCHOOL
 
Hoe doet mijn kind het op school?
  Hoe doet mijn kind het op school? Leert hij goed? Welke dingen gaan niet zo goed? De meeste ouders zullen zich dit regelmatig afvragen. Hoe komen wij dat te weten en hoe komt u dat te weten?

De leerkracht van de groep kent uw kind het beste. Dagelijks werken ze met elkaar en vooral door goed te observeren heeft de leerkracht een goed beeld van uw kind. Als u wilt weten hoe het met uw kind gaat, kunt u altijd even naar school gaan om met de leerkracht te praten. Wel het liefst na schooltijd. Of u maakt een afspraak.

Uw kind krijgt regelmatig werkjes mee naar huis. Ook hieraan kunt u zien hoe het gaat. Als u met uw kind over het werkje praat, krijgt u vast veel informatie over wat uw kind er zelf van vindt. Soms zeggen ze wat ze moeilijk vinden of helemaal niet snappen of juist dat het heel makkelijk was. Ze gaan hun eigen werk vergelijken met anderen en krijgen zo meer inzicht in hun eigen mogelijkheden en beperkingen.

Elke leerkracht houdt de vorderingen van uw kind goed bij.
In de kleutergroepen gebruiken we het observatie- en registratiesysteem KIJK! Deze observatie heeft betrekking op alle ontwikkelingsgebieden ( sociaal-emotioneel, motorisch, en cognitief).
Vanaf groep 3 worden de resultaten van werkstukken, dictees, toetsen en proefwerken genoteerd. Soms krijgen de kinderen de nagekeken toetsen mee naar huis. Dat geeft u ook weer een indruk.

Om een completer beeld van het kind te krijgen voert de leerkracht minstens eens per jaar met ieder kind ook een functioneringsgesprek. In dit gesprek komt het welbevinden van het kind aan bod. Hoe voel je je in de groep? Durf je iets te vragen? Ben je bang voor sommige kinderen? Word je wel eens gepest? Wat doe je in je vrije tijd? Wat vind je leuk om te doen?

Naast de toetsen die bij de methoden horen maken we ook gebruik van de landelijk genormeerde Cito-toetsen. Die meten de resultaten los van de gebruikte methode. Met deze toetsen krijgen we beter zicht op de resultaten van de hele groep, van elk kind afzonderlijk en het niveau van ons onderwijs in vergelijking met de landelijke norm.
Bij de oudste kleuters worden de lees- en rekenvoorwaarden getoetst.
Vanaf groep 3 nemen we twee keer per jaar toetsen af voor rekenen, spelling, technisch en begrijpend lezen.
Nu zijn toetsen momentopnamen. De resultaten mogen voor de leerkracht eigenlijk geen verrassing zijn. Door de toetsresultaten van de opeenvolgende jaren met elkaar te vergelijken kunnen we ook zien of uw kind op niveau blijft presteren.
De kinderen van groep 7 maken de Entreetoets van het Cito. Dit is een toets waarmee we inzicht krijgen in hoeverre het kind de leerstof beheerst voordat hij naar groep 8 gaat.
De kinderen van groep 8 doen mee met de Cito-Eindtoets, waar ook een advies voor het voortgezet onderwijs bij zit.

Natuurlijk is de uitslag van deze toets niet alleen maatgevend voor ons advies voor het voortgezet onderwijs. De kennis en ervaringen van de leerkracht spelen een grote rol.

Drie keer per jaar krijgen de kinderen (vanaf groep 3) een rapport. Hierin geven we niet alleen de vorderingen van uw kind weer, maar ook een beschrijving van de persoonlijkheid van het kind.
De kinderen krijgen hun rapport op een vrijdag mee naar huis en de dinsdag daaropvolgend houden we een Spreekavond. U kunt dan gedurende tien minuten met de leerkracht over uw kind praten.

We gaan niet bij alle kinderen op huisbezoek. Echter als we problemen vermoeden, vinden we het gewenst om die met u bij u thuis te bespreken. We kunnen dan wat langer de tijd nemen. U kunt natuurlijk ook zelf om een huisbezoek vragen.

Als er grotere problemen zijn, vindt er altijd overleg plaats tussen de leerkracht, de intern begeleider, de remedial teacher of de sociaal remedial teacher. Indien we dat noodzakelijk vinden komt een van hen ook mee op huisbezoek.
Wat doen we als uw kind extra aandacht nodig heeft
  Naar schatting heeft ongeveer één op de vijf kinderen op de basisschool gedurende kortere of langere tijd extra aandacht nodig. Dit kan zijn vanwege problemen op leer- en/of sociaal-emotioneel gebied. Gelukkig blijken de problemen vaak van dien aard, dat extra hulp gedurende een korte tijd voldoende is.
Het is belangrijk dat we problemen tijdig signaleren en proberen te achterhalen wat de achterliggende oorzaak is. Soms worden de problemen bij het leren veroorzaakt door sociale of emotionele problemen.
Hoe eerder het kind geholpen is des te beter.
Wat kunt u zelf doen?
  Als u thuis merkt, dat het niet goed gaat met uw kind, is het allereerst zaak dit met de leerkracht te bespreken. U kunt dan samen nadenken over wat het werkelijke probleem kan zijn en hoe ernstig het lijkt.
U bent als ouders erg belangrijk in zo'n gesprek: uw kind brengt immers meer tijd thuis door dan op school en u merkt en voelt de wisselingen in stemming en gedrag het beste. Voor ons is belangrijk te weten hoe het kind zich thuis gedraagt, zodat we een beter beeld van het hele kind kunnen vormen en van de situatie waarin het kind zich bevindt. Sommige kinderen laten thuis ook veel meer zien en merken dan op school.
Als we op school opvallende gedragsveranderingen constateren, nemen wij contact met u op.
Wat kunnen wij doen?
  Kleine problemen worden in principe door de leerkracht zelf aangepakt.
Als er grotere problemen zijn, wordt het kind besproken met de leerkracht en de intern begeleider. Indien gewenst is daar ook de remedial teacher of de sociaal remedial teacher bij aanwezig. Samen wordt het kind in zijn totaliteit besproken.
Er wordt een plan opgesteld om het kind te helpen. Dit kan een plan zijn dat in de klas uitgevoerd wordt, maar het kan ook zijn dat de (sociaal) remedial teacher ingeschakeld wordt. (De sociaal remedial teacher helpt voornamelijk bij problemen op sociaal-emotioneel gebied en de remedial teacher op leergebieden)
Bijvoorbeeld: een kind uit groep 3 heeft problemen met lezen. Hij kent de eerste woorden, maar het lukt niet goed om nieuwe woorden te maken en te lezen. Het kind wordt dan uitgebreid besproken. Zijn de voorwaarden goed aanwezig? Kan hij met onze methode werken? Hoe is de relatie met de juf ? Hoe voelt hij zich in de groep? Wat zijn z'n mogelijkheden? Welke signalen kennen we uit groep 2? Hoe kunnen we hem het beste helpen? Met al deze gegevens in beeld stellen we een begeleidingsplan op.
Dit plan kan ook inhouden dat we u vragen thuis met het kind bepaalde dingen te oefenen. We zijn hier wel voorzichtig mee. Het kind heeft vaak al meer dan genoeg aan een schooldag.

Het kan ook zijn dat het onderwijs te weinig uitdaging biedt. Het is allemaal veel te makkelijk. Voor zeer begaafde kinderen worden extra programma's gebruikt, waarbij een beroep gedaan wordt op het zelfstandig oplossen van meer complexe problemen. Zo'n kind volgt dus bij een aantal lessen zijn eigen programma.
In principe laten we een kind geen leerjaar overslaan, omdat de cognitieve ontwikkeling slechts een onderdeel is van de totale persoonlijkheid. Met andere woorden: De groei van een kind in het sociale gedrag en emotionele ontwikkeling is volgens ons heel belangrijk. Een groep overslaan kan juist op deze gebieden een rem op de groei zetten en problemen veroorzaken.
Kan een kind blijven zitten?
  We willen zittenblijven zoveel mogelijk vermijden. Het gebeurt doorgaans alleen als de ontwikkeling en de leerresultaten opvallend achterblijven bij die van de klasgenootjes en wij vermoeden dat een extra jaar zinvol is voor de ontwikkeling van het kind. In de praktijk is het zo dat kinderen soms een verlengde kleutertijd krijgen of dat ze een groep overdoen. Vanaf groep 6 blijven kinderen over het algemeen niet meer zitten.
Wat gebeurt er als het echt niet gaat?
  Bij hardnekkige of zeer moeilijke problemen vragen we de ouders om het kind door een deskundige te laten onderzoeken. Meestal gebeurt dit door een psycholoog of orthopedagoog. Met praktijk De Engh in Soest werken wij veel samen http://www.engh.nl/


De resultaten van dit onderzoek worden met de ouders en de leerkrachten besproken. De deskundige geeft ook een advies over wat nu te doen.

Daarnaast kunnen we met toestemming van de ouders het kind te bespreken met de onderwijsondersteuner van samenwerkingsverband De Eem https://www.swvdeeem.nl/voor-ouders/ . Dit is een multidisciplinair team, dat snel kan doorverwijzen naar de juiste instantie.

Het kan zijn dat wij als team geen mogelijkheden meer hebben om dit kind adequaat te helpen op pedagogisch, sociaal-emotioneel en/of cognitief gebied. Samen met de ouders kunnen we dan tot de conclusie komen dat dit kind beter tot zijn recht komt op een school voor speciaal basisonderwijs (het SBO) of het Speciaal Onderwijs (SO). Die scholen hebben kleinere groepen en beschikken over deskundigen om kinderen te helpen bij leer- of gedragsproblemen of ontwikkelingsstoornissen.

Het advies voor plaatsing op een andere school is een ingrijpend gebeuren. We willen in goed overleg met de ouders en de deskundigen tot een zeer weloverwogen beslissing te komen, waar we allemaal achter kunnen staan.
Remedial Teacher
  Een remedial teacher geeft vooral hulp bij de onderdelen lezen, spelling en rekenen.
Kinderen krijgen individueel of in kleine groepjes extra hulp.
De remedial teacher voert het handelingsplan uit, dat is opgesteld in overleg met de IB-er en de leerkracht .
Er vindt een regelmatige terugkoppeling plaats met de leerkracht.
De hulp kan bestaan uit pre-teaching, d.w.z dat het kind van te voren een uitleg krijgt, die bijvoorbeeld de volgende dag in groep wordt gegeven. Op deze manier krijgt het kind twee keer instructie.
Een periode RT-hulp duurt meestal 6 - 8 weken, daarna wordt er geëvalueerd en bekeken op welke manier we het kind het beste verder kunnen helpen.
Design en realisatie: TechnoCare