DE STIJL VAN ONS ONDERWIJS
Zoals zoveel scholen werken ook wij met een aantal methoden. Echter de manier waarop we met deze methoden omgaan en de accenten die we leggen bepalen de stijl van ons onderwijs.
Leiddraad is ook hiervoor de cirkel van Veiligheid naar Zelfsturing.

Onze stijl wordt gekenmerkt door:
- Communicatief leren
- Probleemoplossend leren
- Creativiteit bevorderen
- Lobbes.
Communicatief leren.
Kinderen zullen een groot deel van hun leven in een groep leven. Op school, op de sportvereniging, in de familie, in de buurt, later op het voortgezet onderwijs en op je werk. Meestal zullen dit groepen zijn die je niet zelf hebt uitgekozen.
Het is dus belangrijk dat kinderen leren samen werken, maar ook leren hoe je je in een groep staande kunt houden.
Dit is een belangrijke reden waarom communicatief onderwijs een grote plaats in ons onderwijs heeft gekregen. De sociaal-emotionele vorming en ontwikkeling is minstens even belangrijk voor later dan de leervakken.

Onder communicatief verstaan we: het tonen van mogelijkheden aan elkaar. Dat is dus meer dan alleen met elkaar praten.

Communicatief leren is een onderwijssituatie waarin kinderen in kleine groepjes op een gestructureerde manier samenwerken aan een taak met een gezamenlijk doel.

Eerst werken ze in groepjes van twee samen. Dat is voor kleuters soms al een behoorlijke opgave. Later wordt dit aantal uitgebreid naar vier of vijf kinderen.
Samenwerken in een groepje kan echter erg vrijblijvend zijn. U kent misschien wel de situatie waarin kinderen ogenschijnlijk samenwerken. Maar er wordt niet overlegd, een paar kinderen leunen lekker achterover en laten het werk doen door een paar voortrekkers.
Ook samenwerken moet je leren. Daarom leren we de kinderen op allerlei manieren hoe je kunt samenwerken op een manier dat ieder kind een bijdrage kan leveren binnen zijn mogelijkheden.
Op deze manieren leren ze oplossingen van anderen te zien, leren ze dat je soms je eigen oplossing moet inruilen voor een betere.
Het doel wordt of door de leerkracht of door de kinderen samen duidelijk vastgesteld. De manier waarop je dit doel bereikt zal per groepje verschillend zijn, want voor elk probleem zijn meerdere oplossingen. Je toont de mogelijkheden aan elkaar en maakt samen een keuze.
Communicatief leren is dienstbaar aan probleemoplossend leren
Probleemoplossend leren
Vanuit een gevoel van veiligheid krijgt een kind de durf om een oplossing te bedenken voor een probleem. Dit kunnen eenvoudige problemen zijn of meer complexe. We willen kinderen zoveel mogelijk uitdagen om zelf een oplossing te bedenken. De leerkracht doet een stapje terug en is duidelijk minder voorschrijvend aanwezig dan vroeger. De leerkracht stelt meer vragen of geeft de problemen weer en geeft de kinderen meer ruimte om zelf met een oplossing te komen.
De leerkracht geeft het kader aan waarbinnen gewerkt wordt. Zij begeleidt, stimuleert, nodigt uit, maar zegt soms ook heel duidelijk hoe het het beste kan of moet.
Creativiteit bevorderen
Onder creativiteit verstaan we niet alleen tekenen, schilderen of knutselen. Je bent ook creatief als je meerdere oplossingen kunt bedenken. Bijna elke som kun je op minstens drie manieren oplossen, een ruzie kun je op verschillende manieren beƫindigen, topografie kun je op verschillende manieren leren, enzovoort.
Hoe meer manieren je weet, hoe meer zelfvertrouwen je krijgt. Je leert steeds beter genuanceerd en flexibel te denken.
LOBBES
LOBBES staat voor: - Leren - Ontdekken - Begeleiden - Begrenzen - Experimenteren - Spelen De kinderen leren,

ontdekken, experimenteren en spelen en de leerkracht begeleidt en begrensd indien dat nodig is. We kunnen deze activiteiten niet van elkaar scheiden. Ze vinden vaak tegelijk plaats. Leidende gedachte is: Een kind kan heel veel, als wij ze maar niet steeds voor de voeten lopen. We proberen aan te sluiten bij de belangstelling van de kinderen, maar zijn daarbij erop gericht dat ze zoveel mogelijk zelf proberen op te lossen. En dat kunnen ook kleuters al heel goed. Alleen of samen. Een voorbeeld uit de kleutergroepen: Marja bakt taartjes op de rand van de zandbak, maar ze vallen steeds uit elkaar. Naast haar zit Anna, die een kuiltje gegraven heeft en met het vochtige zand stevige zandtaartjes maakt. Anna ziet dat het bij Marja niet lukt en zegt: Je moet nat zand nemen. Marja ziet dat je het natte zand moet aandrukken en volgt het voorbeeld van Anna. Maar ze keert het vormpje niet snel genoeg om en het zandtaartje valt in brokken uiteen. Je moet hem snel omdraaien, kijk maar. Als het geen mooi taartje wordt, wordt het mislukte taartje met een veeg van de rand verwijderd en proberen ze het opnieuw. In hun spel leren ze van en aan elkaar door te kijken, door te experimenteren en gebruik te maken van de kennis en de ontdekkingen van elkaar.
Design en realisatie: TechnoCare