Wat is het pedagogisch klimaat?
  De groene cirkel geeft stadia van de ontwikkeling van kinderen weer.
De rode cirkel de houdingen van leerkrachten die de ontwikkeling van kinderen bevordert.
De blauwe cirkel geeft de reactie weer als de ontwikkeling van dat stadium niet goed verloopt.


De basis voor een goede ontwikkeling is dat het kind zich veilig voelt. We bevorderen dit gevoel als we het kind serieus nemen, als hij zich gehoord en gezien voelt en als we het kind aanspreken binnen zijn mogelijkheden.
We zijn niet op het ene moment bezig met lesgeven en het andere moment met opvoeden. Die twee zaken lopen altijd door elkaar heen en beïnvloeden elkaar. Maar de manier waarop we met de kinderen willen omgaan, kleurt de manier van lesgeven.
De manier waarop we met elkaar omgaan, noemen we ook wel het pedagogisch klimaat van de school.
Centraal in onze benadering staat de onderstaande cirkel van Veiligheid naar Zelfsturing
  De groene cirkel geeft stadia van de ontwikkeling van kinderen weer.
De rode cirkel de houdingen van leerkrachten die de ontwikkeling van kinderen bevordert.
De blauwe cirkel geeft de reactie weer als de ontwikkeling van dat stadium niet goed verloopt.

De basis voor een goede ontwikkeling is dat het kind zich veilig voelt. We bevorderen dit gevoel als we het kind serieus nemen, als hij zich gehoord en gezien voelt en als we het kind aanspreken binnen zijn mogelijkheden.
Als een kind zich veilig voelt, ontwikkelt hij een positieve durfhouding. Hij durft iets te ondernemen. We kunnen ook zeggen dat het kind dapper gedrag vertoont. Dat dappere gedrag willen we heel concreet benoemen en daarmee het kind bemoedigen.
Als een kind zich niet veilig voelt en weinig durft te ondernemen, laat hij bang gedrag zien.
Het derde stadium is het initiatief. Het kind durft en kan zelf een oplossing bedenken voor kleine en grotere problemen waar hij dagelijks mee te maken krijgt. Dat maakt je minder afhankelijk van anderen. We stimuleren dit door vragen te stellen in plaats van antwoorden te geven.
Als je geen oplossing kunt bedenken, word je boos.
Aanvankelijk vindt een kind zijn eigen oplossing de beste. Maar als hij meer oplossingen krijgt aangeboden, heeft hij keuzemogelijkheden. Hoe meer oplossingen, hoe meer mogelijkheden.
Je moet dan ook je keuzes verantwoorden naar jezelf en naar anderen. In het begin zullen praktische argumenten aangevoerd worden , maar later kan een kind ook een keuze maken met het ook op de toekomst.
En dan is hij in hoge mate zelfsturend bezig.
Design en realisatie: TechnoCare