5.1.1. Taal, lezen en schrijven
U hebt thuis al het nodige voorwerk gedaan. Alle kinderen hebben leren praten en begrijpen wat tegen hen gezegd wordt. Waarschijnlijk heeft u ze in de eerste vier jaar meer woorden aangeleerd dan ze in de acht jaar bij ons op school zullen bijleren.
U heeft ze zinnen leren gebruiken, vragen leren stellen, onder woorden leren brengen wat ze wel of niet willen.
U heeft ze veel voorgelezen. Fantastisch! Want lezen begint niet op school, maar op schoot. Prachtige verhalen, die ze na een tijdje heel eigenwijs al zelf voorlezen. Ze kunnen dat zelfs met het boek op de kop. En als u het prentenboek weer voorleest krijgt u het te horen als u andere zinnen gebruikt.
U heeft ook al een begin gemaakt met schrijven. Ze hebben geleerd een potlood vast te houden en er lijnen mee te trekken. Sommige peuters hebben al zo'n goede beheersing dat ze iets in kunnen kleuren.

In de groepen 1 en 2, de kleutergroepen, sluiten we hierbij aan.
Op allerlei manieren en in veel verschillende situaties vergroten we de woordenschat van de kinderen. Alles heeft een naam. Een kraan is geen waterding en een auto geen tuut-tuut.
Spelenderwijs zijn we bezig met de ontwikkeling van de mondelinge taalvaardigheid.
Voorlezen wordt gebruikt om het begrijpend luisteren te bevorderen. Op een ongedwongen manier leren we kinderen langere tijd naar een verhaal te luisteren. We lezen vaak interactief voor. Wie zijn de hoofdpersonen? Hoe denken jullie dat het verhaal verder zal gaan? Als je naar het plaatje kijkt, waar zal dit verhaal over gaan?
Ze horen veel nieuwe woorden en vergroten zo hun woordenschat. Ze gaan de woorden ook in de groep en tegen elkaar gebruiken.
De zinnen die kleuters gebruiken worden langer. Ze ontdekken het verschil tussen glimlachen, lachen en schaterlachen. En giechelen is weer wat anders.

Een grote woordenschat ondersteunt het leren lezen.
Het leesproces dat thuis op schoot begonnen is, ontwikkelt zich verder bij de kleuters. Ze ontdekken dat woorden uit verschillende letters bestaan. Dat woorden met dezelfde letter beginnen. De m van mama, maar ook de m van Marit en muis en MacDonald. Ze gaan letters herkennen en zien ze plotseling overal: op de jampot, in de winkel, in een tijdschrift, op een gevel. En ze willen die letters ook schrijven. Natuurlijk eerst je eigen naam. (dan ben je blij als je een korte naam hebt). Ze schrijven briefjes die ze alleen zelf kunnen lezen aan oma en Sinterklaas.
Het is nog een groot geheel. Er is geen duidelijke scheidslijn tussen taal, lezen en schrijven. Ze horen bij elkaar en dat willen we in de volgende jaren zoveel mogelijk handhaven.

In groep 3 wordt het meer methodisch aangeleerd. We gebruiken hiervoor de nieuwste versie van Veilig Leren Lezen. Ze leren alle letters en leren ook hoe je die moet schrijven. Ze ontdekken dat er schrijfletters, boekenletters en hoofdletters zijn, die hetzelfde klinken, maar anders geschreven zijn. Je hebt een a, een A en een a.

Op veel manieren en met allerlei spelletjes leren alle kinderen lezen.
Het is elk jaar weer een wonder als we zien dat de kinderen na een jaar kunnen lezen.
In de jaren daarna blijven we aandacht besteden aan het technisch lezen. De woorden worden moeilijker en langer, het tempo gaat omhoog en na een jaar of drie hebben we het volledig onder de knie. En dat is niet niks. Denkt u zich maar eens in dat u het Arabische schrift moet leren lezen.
In de hoogste groepen wordt het technisch lezen bijgehouden, maar ligt het accent op begrijpend en studerend lezen. Dit gaat veel beter als je vlot kunt lezen. Ze leren verschillende strategieën om een tekst te begrijpen (en begrijpend lezen begint met begrijpend luisteren naar een mooi verhaaltje uit het voorleesboek).

In alle groepen besteden we veel aandacht aan de uitbreiding van de woordenschat.
Er is een verschil tussen: sarren, treiteren, pesten, jennen, plagen.
Er zijn verschillende messen: een keukenmes, een aardappelschilmesje, een broodmes, een zakmes, een slagersmes.
Er zijn ook verzamelwoorden: een vork, mes en lepel noem je samen het bestek. Dek jij de tafel even met borden en bestek?
Wat bedoelen we met zoogdieren of reptielen?
Dit is een bijna eindeloos gebied, waar we ons hele leven mee bezig blijven en nooit uitgeleerd raken.




In de methode Taalleesland, die we gebruiken, worden taal en begrijpend lezen geïntegreerd. Wat we met taal leren, komt bij het lezen weer terug. En woorden die we kunnen lezen, komen weer terug bij het leren schrijven van die woorden, bij spelling.

Nederlands is geen eenvoudige taal om te leren schrijven. Voor kinderen is de logica soms ver te zoeken. Soms schrijf je ligt, maar soms ook licht. En dan hebben we ook nog verschillende klanken voor hetzelfde teken. Je hoort verleegun, maar je schrijft verlegen. Je hoort een è, een é en een u, maar je schrijft drie keer een e.
Vanaf groep 4 leren de kinderen al een aantal spellingregels. Ze leren onderscheid te maken tussen klinkers en medeklinkers. Later leren ze dat ze in een woord soms wel drie spellingregels moeten gebruiken.

Hij spelt het woord met een t, hij speldt je wat op de mouw met dt. Werkwoordenspelling. Tot groep 6 worden deze woorden nog veelal als onveranderlijke woorden aangeboden. Vanaf groep 6 komen de regels erbij. Eerst nog in enkelvoudige zinnen. In groep 7 komen de deelwoorden erbij. Heb je het aan je moeder gevraagd?
In groep 8 leren ze werkwoorden schrijven in samengestelde zinnen. Ik vind, dat je dat goed beantwoord hebt.

In de groepen 7 en 8 komt hier nog Engels bij. In groep 7 ligt het accent op spreken, luisteren en verstaan. In groep 8 komt ook de schrijfwijze aan bod.

Het domein Taal, Lezen en schrijven is een zeer belangrijk domein, waar we dagelijks mee bezig zijn in alle groepen. Het is onmogelijk dit in een schoolgids volledig te beschrijven.
Design en realisatie: TechnoCare